De Belgische sociale zekerheid
De oorsprong van de sociale zekerheid verklaart waarom er in ons land geen eenvormig sociaal zekerheidsstelsel bestaat dat op dezelfde manier toepasbaar is op alle burgers. Elk stelsel heeft zich immers autonoom ontwikkeld rond een aantal beroepscategorieën en volgens de toenmalige sociale, politieke en economische mogelijkheden.
De voornaamste regelingen zijn :
- de werknemersregeling;
- de regeling voor de zelfstandigen;
- de regeling voor de openbare sector (ambtenaren).
Naast die drie grote regelingen bestaan er nog andere die op minder verzekerden betrekking hebben :
- de regeling voor de zeevarenden;
- de regeling voor de mijnwerkers;
- de regeling voor overzeese sociale zekerheid.
Er zijn evenwel nog personen die door geen enkele regeling worden beschermd.
Om te kunnen voorzien in de onontbeerlijke basisbehoeften van die personen, hebben de openbare diensten "aanvullende regelingen" gecreëerd waarin minimumuitkeringen voor die personen worden gewaarborgd : tegemoetkomingen aan gehandicapten, bestaansminimum, gewaarborgde kinderbijslag en gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
De kruispuntbank van de sociale zekerheid beheert en coördinieert het verloop van alle noodzakelijke gegevens over de sociaal verzekerden tussen de verschillende instellingen van de sociale zekerheid.
De werknemersregeling
De Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ) is het belangrijkste inningsorganisme. Die dienst int de sociale bijdragen van werkgevers en werknemers.
Die bijdragen alsook de andere financiële middelen worden vervolgens verdeeld over :
- de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen die door het Rijksinstituut voor ziekte-en invaliditeitsverzekering (RIZIV) wordt beheerd. De verzekeringsinstellingen (zoals de ziekenfondsen) vergoeden de geneeskundige verzorging, en kennen arbeidsongeschiktheids- en moederschapsuitkeringen toe. Om recht te hebben op de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moet elke rechthebbende zich aansluiten bij een verzekeringsinstelling.
- De ouderdoms- en overlevingspensioenen, die door de Rijksdienst voor pensioenen (RVP) worden beheerd. De pensioenaanvragen worden door de gemeentelijke overheid naar de RVP gestuurd.
-
De kinderbijslagen. De Rijksdienst
voor kinderbijslag voor werknemers (RKW) verdeelt de bijdragen
die bestemd zijn voor de uitbetaling van de kinderbijslagen onder
de kinderbijslagkassen en controleert laatstgenoemden.
- De beroepsziekten, die worden beheerd door het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ), dat de aanvragen behandelt en de uitkeringen toekent.
- De arbeidsongevallen waarin het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) een grote rol speelt. Indien de werkgever geen verzekering tegen arbeidsongevallen heeft afgesloten of in gebreke blijft, vergoedt het FAO immers de slachtoffers. Het FAO controleert ook de uitvoering van de wetgeving door de erkende wetsverzekeraars.
- De werkloosheidsverzekering en de brugpensioenen, die worden gecontroleerd en beheerd door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA). De werkloosheidsuitkeringen worden door de uitbetalingsorganismen (o.a. de vakbonden) betaald.
- De jaarlijks vakantie, beheerd door de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie (RJV). De RJV controleert ook de vakantiekassen die de bedragen uitbetalen.
De regeling voor de zelfstandigen
De zelfstandigen sluiten zich aan bij een sociaal verzekeringsfonds. De opdracht van die fondsen bestaat erin de bijdragen te innen en ze zo nodig langs juridische weg terug te vorderen.
Het Rijksinstituut voor de sociale verzekering van de zelfstandigen (R.S.V.Z.) is bevoegd voor alles wat te maken heeft met de toetreding en de plichten van de zelfstandige werknemers. De totale ontvangsten worden gecentraliseerd door het R.S.V.Z. dat de ontvangsten verdeelt over de 3 takken waarvoor de zelfstandige werknemers zijn verzekerd, met name :- de geneeskundige verzorging en de arbeidsongeschiktheids- en moederschapsuitkeringen, die eveneens door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) worden beheerd ;
- de kinderbijslag, die wordt herverdeeld door de sociale verzekeringsfondsen;
- de pensioenen die door de Rijksdienst voor pensioenen (RVP) worden uitbetaald. Het R.S.V.Z. onderzoekt de pensioenaanvragen en deelt de beslissing van toekenning of weigering mee.
De regeling voor de openbare sector
Die regeling dekt niet alle takken van de sociale zekerheid (geen werkloosheidsvergoedingen bijv.).
Zij heeft betrekking op twee groepen:
- het personeel van de plaatselijke en provinciale overheid
- de anderen.
Voor de personen uit de eerste categorie , is de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (R.S.Z.P.P.O.) het belangrijkste innings- en uitbetalingsorganisme.
Meer info
Voor meer informatie over de sociale zekerheid, raadpleeg de brochure " Alles wat je altijd al wilde weten over de sociale zekerheid " van de FOD Sociale Zekerheid.
